Kinesiologie
Berni Vervoordeldonk

Wij staan voortdurend in wisselwerking met onze omgeving. We reageren op wat er gebeurt. Dat doen we met alles wat we zijn. Als we bijvoorbeeld schrikken, reageren we met ons gevoel, maar ook met onze ademhaling, bloedsomloop, onze spieren, enzovoort. Die wisselwerking speelt zich af op drie niveaus: mentaal/emotioneel (wat we denken en voelen), chemisch (bijvoorbeeld voeding, hormoonhuishouding) en op lichaamsniveau (bijvoorbeeld spieren, huid). Die drie aspecten spelen steeds mee.

Als je bijvoorbeeld een paar minuten fantaseert over een citroen (hoe die eruit ziet, ruikt, smaakt) is de kans groot dat je na een tijdje merkt dat er speeksel in je mond gevormd wordt. Alleen maar omdat je je iets voorstelt (mentaal/emotioneel), gaat de scheikunde aan het werk (speekselvorming) en persen de spiertjes (bouw) van de speekselklieren het vocht in je mond.

Als er dingen gebeuren die ons erg raken (bijvoorbeeld groot verdriet), is de reactie ook heftiger. Ons lichaam slaat die ervaringen op, en zo ontstaat er een databank met veel informatie. Geleidelijk aan moeten we die ervaringen verwerken. Stokt het verwerkingsproces (bijvoorbeeld omdat er geen aandacht was voor je verdriet, en je je afgewezen voelde), dan gaat zich dat vastzetten in ons lichaam. Geleidelijk aan ontstaan er dan verstoringen in de energiebalans van ons lichaam, en in het functioneren ervan. Op den duur ontstaan er klachten. Het kan zijn dat je gevoelig wordt voor buikpijn, of voor hoofdpijn. Ook op het mentaal/emotionele niveau werkt dat door: je wordt bijvoorbeeld gevoelig voor afwijzing. Ongemerkt kan zo het idee ontstaan dat een ander toch geen belangstelling voor je heeft. Je gaat (soms onbewust) op een overdreven manier letten op anderen. Hebben ze wel aandacht voor je? Geleidelijk aan gaat dit idee je houding naar anderen bepalen, en je gaat overdreven reageren op gedrag van anderen. Je wordt bijvoorbeeld heel boos om iets kleins wat gebeurt. Dat is dan een reflex, een automatisch gedrag ontstaan door iets wat zich heeft vastgezet in je lichaam.

Een soortgelijk mechanisme kan ook in werking treden wanneer het lichaam een chemische prikkel niet kan verwerken, bijvoorbeeld door een voedingsmiddel. Er kan dan bijvoorbeeld een overreactie op voeding ontstaan. Dezelfde redenering gaat op voor het niveau van de lichaamsbouw (spieren, organen).

Kinesiologie (of 'spiertesten') wordt vooral ingeschakeld als er sprake is van overreacties (te veel) of onderreacties (te weinig). Met kinesiologische technieken maak ik contact met de databank in je lichaam waar de informatie ligt opgeslagen. Ik ga op zoek naar wat zich heeft vastgezet in je lichaam, en naar de oorzaak van de blokkade. Vervolgens zoek ik welke prikkels je lichaam nodig heeft om de reflex te milderen of te ontkoppelen, zodat je lichaam weer een nieuw evenwicht kan vinden. Ook die informatie ligt in het lichaam opgeslagen, en is sterk individueel bepaald. Er zijn dan ook geen standaardprocedures voor bepaalde klachten. Ieder van ons is een uniek individu, met zijn eigen erfelijke aanleg, levenservaringen, karaktertrekken, voeding, bouw enzovoort. Met kinesiologie bekijk je die aspecten steeds opnieuw in hun onderlinge samenhang.

Via het spiertesten ga ik na hoe de spieren reageren op bepaalde prikkels. Als iets belastend voor ons is, verzwakt de kracht van onze spieren iets. We zeggen bij slecht nieuws niet voor niets: “Ga even zitten”. Door de schok van het bericht, verliezen onze spieren even hun sterkte. En als je je prettig en vol energie voelt, is je spierspanning anders dan wanneer je 'onder zorgen gebukt gaat'. Van dit principe maakt een spiertester gebruik om na te gaan wat nodig is om te zorgen dat het jou beter gaat.

 

Terug | Home